|
|
Religie - Feestdagen
|
|
Bladeren
|
 |
|
Drie mannen staan voor de hemelpoort: een filosoof, een
wiskundige en een gek waren met hun auto tegen een boom aangereden. Voordat ze
het wisten stonden ze voor de hemelpoort, waar Petrus en de duivel hen
opwachtten. ''Heren,'' zo begon de duivel, ''aangezien de hemel overbevolkt
begint te raken, ben ik met Petrus overeengekomen om het aantal mensen dat de
hemel mag binnengaan te beperken. Wanneer iemand van jullie mij een vraag kan
stellen die ik niet kan beantwoorden, ben je het waard om naar de hemel te gaan
en anders ga je met mij mee naar de hel.'' De filosoof stond op en zei: ''Okee,
geef me het meest uitgebreide verslag over de lessen van Socrates.'' De duivel
knipte in zijn vingers en er verscheen een stuk papier naast de duivel. De
filosoof las het en concludeerde dat het goed was. ''Ga naar de hel!'' De duivel
knipte nogmaals in zijn vingers en de filosoof verdween. De wiskundige vroeg:
''Geef me de ingewikkeldste formule die je kunt bedenken!'' De duivel knipte
weer in zijn vingers en er verscheen weer een stuk papier naast de duivel. De
wiskundige las het en gaf schoorvoetend toe dat de formule correct was. ''Ga
naar de hel!'' De duivel knipte nogmaals in zijn vingers en zo verdween ook de
wiskundige. Toen stapte de gek naar voren en zei: ''Geef me een stoel!'' De
duivel gaf hem een stoel. ''Boor nu 7 gaten in de zitting.'' De duivel deed dat.
Daarna ging de gek op de stoel zitten en liet hij een grote scheet. Hij stond op
en vroeg: ''Uit welk gat is de scheet gekomen?'' De duivel controleerde de
zitting en zei: ''Het derde gat van rechts.'' ''Fout,'' zei de gek, ''hij kwam
uit mijn kont!'' En zo ging de gek naar de hemel. |
|
|
|
Vier nonnen komen biechten. De eerste non biecht op: ''Ik
heb een piemel gezien.'' De pastoor antwoord: ''Was uw ogen met wijwater en u
zonden zijn vergeven.'' De tweede non biecht op: ''Ik heb een piemel
aangeraakt.'' De pastoor antwoord: ''Was uw handen met wijwater en u zonden zijn
vergeven.'' De twee overgebleven nonnen beginnen plotseling te vechten, de
pastoor moet tussen beide komen en vraagt: ''Wat is hier aan de hand?'' Waarop
de ene non antwoord: ''U denkt toch niet dat ik mijn mond in dat wijwater ga
spoelen, als zij er met haar achterwerk in heeft gezeten.'' |
|
|
|
Er loopt een man door het Twickelse bos. Plotseling komt hij
op een kale plek en ziet voor zich een touw hangen. Hij kijkt waar het touw
vandaan komt, maar dat touw verdwijnt gewoon in de wolken... zo hoog. De man
wordt nieuwsgierig en klimt naar boven. Hij klimt en klimt en klimt en klimt...
tot hij bij de Hemelpoort komt. Petrus kijkt de man verbijsterd aan. ''Wat doet
u hier, het is nog lang uw tijd niet!'' De man legt uit hoe hij er is gekomen is
en vraagt:''Goh, nu ik hier toch ben... mag ik dan even een kijkje nemen?''
Petrus haalt zijn schouders op en zegt:''Waarom ook niet, als je maar zorgt dat
je stipt om 2 uur terug bent. Dan haal ik het touw weg en is er geen weg
terug.'' De man stemt in en hij verdwijnt de hemel in. En het is er prachtig!
Mooi weer... mooie stranden... mooie vrouwen... gratis bier en hapjes..., noem
maar op! Je snapt het natuurlijk al, de man vergeet helemaal de tijd. Om 3 uur
slaat de schrik hem om het hart en hij spurt terug naar de Hemelpoort en jawel
hoor... het touw is weg. Petrus ziet de man en haalt zijn schouders op: ''Sorry
hoor, ik heb je gewaarschuwd! Er is geen weg meer terug. Ga maar weer de hemel
in.'' De man begint te smeken of hij aub weer terug mag... zijn werk op aarde is
nog niet af... vrouw en kinderen kunnen hem nog niet missen, etc..., etc....
Petrus laat zich uiteindelijk vermurwen. ''Het enige wat ik voor je kan
betekenen is je veranderen in een spin. Dan kun je zelf een draad spinnen en je
naar beneden laten zakken. Eenmaal op aarde verander je vanzelf weer in een
mens.'' De man stemt in, wat moet hij anders. En Petrus verandert hem in een
spin. De man/spin laat zich aan zijn eigen draad zakken en jawel hoor, 30 meter
boven de grond is het spinrag op. De man is wanhopig. ''Zo kan ik toch niet
blijven hangen?'', denkt hij en hij perst er nog een stuk spinrag uit...
jawel... weer 5 meter verder.... '' ''Nee,'' denkt die man, da's me nog te hoog!
'Hij haalt heel diep adem en ''mmmmmppppppffffff,'' hij probeert er weer wat
spinrag uit te persen.... Op dit moment maakt zijn vrouw hem wakker: ''JOOP!!!!!
WAKKER WORDEN.... JE SCHIJT HET HELE BED ONDER!!!!!'' |
|
|
De godsdienstleraar vertelde dat God overal was.
''Echt waar?'' vraagt Jantje.
''Ja hoor. Echt waar.''
''Ach kom toch. Nee, echt waar?''
''Echt waar.''
''Ja hoor. Ook bij ons in de tuin?''
''Ja, Jantje ook bij jullie in de tuin.''
''Maar wij hebben helemaal geen tuin.'' |
|
|
|
De Paus komt aan op New York airport, alwaar als altijd een
limousine voor hem klaar staat. De Chauffeur wacht netjes op hem en houdt de
deur open. De Paus stapt achterin, de limo begint te rijden, maar na een tijdje
klopt de Paus op het raampje in het midden en zegt tegen de chauffeur dat hij zo
graag een keer zelf zou willen rijden. Dat heeft hij nog nooit gedaan, hij wordt
immers altijd gereden. Hij vindt dit zo'n mooie auto... Accoord, limo stopt op
de parkeerplaats langs highway 19 en ze ruilen van plek. De chauffeur met een
vette borrel achterin, de Paus achter het stuur. Na een tijdje relaxed gereden
te hebben, vindt hij zogezegd het gaspedaal en de auto pakt lekker op. 150/160
MPh scheuren ze over de highway en halen daarbij een motoragent in, welke hen
onmiddelijk aan de kant zet om de prent van zijn leven uit te schrijven! De
agent kijkt door het raampje, loopt terug naar zijn motor en zoekt contact met
het hoofdbureau. ''Commissaris,'' zegt hij, ''ik heb net een limo aangehouden
wegens te hard rijden, maar het is een zeer bekend persoon. Bekeuren of niet?''
''Tuurlijk!'' zegt zijn baas. ''Gewoon schrijven!'' ''Ja, maar hij is echt heel
bekend...'' ''Niks mee te maken, bekeuren die hap.'' ''Maar... Hij is echt heel,
heel bekend...'' ''Wie is het dan? Micheal Jackson, Bush, Clinton ofzo?'' ''Nee,
veel bekender!'' ''Wie dan, spreek op!'' ''Geen idee, maar hij heeft de Paus als
chauffeur...'' |
|
|
|
Er staan 3 aannemers bij de hemelpoort; een Nederlander een
Belg en een Duitser. Zegt Petrus tegen hen: ''Heren voordat u hier naar binnen
mag, moet ik jullie toch nog iets vragen. God wil graag dat er na al die eeuwen
iets aan de hemelpoort wordt gedaan, wat moet dat volgens jullie kosten?''.
''Nou,zeggen die heren, we willen eerst weten wat er moet gebeuren.'' ''Ok?,
zegt Petrus, er moet een nieuw kozijntje in en wat nieuwe bestrating''. Petrus
laat de Belg bij zich komen om een prijsje in te dienen. ''Nou, zegt de Belg,ik
doe het voor 3000''. ''Zo!, roept Petrus, en hoe kom je zo aan dat bedrag?''
''Ach, zegt de Belg, dat is 1000 voor het materiaal, 1000 voor de arbeid en 1000
voor in de broekzak''. Petrus roept de Duitser erbij en vraagt hem hetzelfde. De
Duitser noemt ook een prijsje: 6000! ''Hoe kom je daar nou bij?'', vraagt Petrus.
Zegt de Duitser:'' 2000 voor het materiaal, 2000 voor de arbeid en 2000 voor in
de broekzak''. Petrus denkt bij zichzelf, dan die slimme Nederlander maar, die
zal het wel beter weten. De Nederlander komt bij Petrus staan en vermeld niet
eens te hoeven kijken, hij weet het allemaal al. ''Ok?, zegt Petrus, en wat is
jouw prijs dan?''. ''9000'', zegt de Nederlander. Petrus snapt er helemaal niets
meer van en vraagt: ''Hoe kom je dan aan die prijs?''. Zegt de Nederlander:
''Dat is heel simpel, 3000 voor jou, 3000 voor mij, en we laten die Belg het
werk doen!!'' |
|
|
|
De meester vraagt in de klas: ''Wie weet hoe mensen in de
hemel komen?'' Jantje steekt zijn vinger op en zegt: ''Daar worden ze heen
getrokken, meneer.'' ''Hoe weet jij dat dan?'' Zegt jantje: ''Nou, gisteravond
werd ik wakker want ik hoorde mijn ouders roepen. Toen ik om het hoekje keek lag
mijn moeder op bed met haar benen de lucht in en ze riep: oh, God ik kom! Het
was maar goed dat mijn vader erop lag anders was ze weggetrokken. |
|
|
4 paters van een en dezelfde gemeente gaan tegelijkertijd
dood en komen dus ook tegelijkertijd aan bij de Poort van Petrus, de entree naar
de hemel.De 4 paters sluiten keuring aan de rij die voor deze poort staat. Als
de eerste pater eindelijk aan de beurt is, vraagt Petrus: 'En mijn zoon, heeft u
in uw leven gezondigd?' Waarop de eerste pater antwoord: 'Nou, als je het echt
moet weten, ik heb de Paus met mijn rechterhand afgetrokken!'
''Oh oh dat is een zware zonde!' zegt Petrus. 'Maar ik weet raad: ga daar naar
het Heilige Beekje, was je rechterhand goed schoon en je mag naar binnen. De
eerste pater wast zijn rechterhand en mag vervolgens naar binnen wandelen.
De tweede pater wordt eveneens de vraag gesteld door Petrus: 'En mijn zoon, hebt
u dan ook gezondigd?' 'Nou, eigenlijk wel. Ik heb de Paus met mijn linkerhand
afgetrokken!' 'Oh oh dat is nog erger!' roept Petrus. 'Maar ook voor jou geldt:
was je linkerhand in het Heilige Beekje en je mag naar binnen'. Ook de tweede
pater volgt dit op en wandelt vervolgens naar binnen.
De vierde pater heeft de 2 gesprekken meegeluisterd en duwt hard de pater voor
hem aan de kant met de mededeling richting Petrus: 'Mag ik alvast mijn mond gaan
spoelen voordat hij er met zijn reet in gaat zitten?!' |
|
|
|
'Ik heb een ernstige zonde begaan,' zegt het meisje tegen de
pastoor. 'Ik ben naakt voor de spiegel gaan staan en ik heb mezelf bewonderd
omdat ik vind dat ik toch wel heel erg mooi ben.' 'Dat was geen zonde mijn kind,
dat was alleen maar een vergissing.' |
|
|
|
Er is een overstroming en een priester die vast zit in die
overstroming met het water al tot op zijn kni�n. komt er een motorboot langs met
mensen erop die zeggen: stap toch in, straks verdrink je nog! Maar die priester
zegt rustig: nee, god zal mij wel redden! dus die motorboot gaat verder. Na een
tijdje staat er water al tot aan zijn middel, komt er terug een motorboot
voorbij met mensen die zeggen: stap toch in, straks verdrink je nog! Maar die
priester zegt rustig: nee, god zal mij wel redden! dus die motorboot gaat
verder. Na een tijdje staat het water tot aan zijn kin, en weer komt er een
motorboot voorbij met mensen die zeggen:stap toch in, straks verdrink je nog!
Maar die priester zegt rustig: nee, god zal mij wel redden! dus die motorboot
gaat verder. Na een tijdje is de arme man verdronken. in de hemel vraagt hij aan
de goede vader: vader, waarom hielp u mij niet? Zegt god: man, ik stuurde je 3
motorboten! |
|
|
De belastingsinspecteur komt langs bij een synagoge. Terwijl
hij de boeken controleert vraagt hij de Rabbijn: 'Ik zie dat u veel kaarsen
koopt, wat doet u eigenlijk met het overgebleven kaarsvet?'
'Goede vraag ', zegt de Rabbijn, 'Dat sparen we op en geven het terug aan de
fabrikant. Eens in de zoveel tijd sturen ze ons dan een doos met gratis kaarsen
toe.'
'Oh ' zei de belastingsinspecteur, enigszins teleurgesteld dat zijn ongewone
vraag een praktisch antwoord had.
Maar onverstoorbaar ging hij door met zijn stuitende vraagstelling: 'En hoe gaat
dat dan met de Matzes ?(koekjes) Wat doet u met de kruimels ?' 'Ah!' zei de
Rabbijn, en realiseerde zich dat de inspecteur hem wilde pakken met een niet te
beantwoorden vraag. 'Wij verzamelen de kruimels en geven deze terug aan de
fabrikant. Eens in de zoveel tijd sturen ze ons dan een doos met gratis Matzes
toe.'
'Ik begrijp het, ' antwoordde de inspecteur, snel denkend over hoe hij het deze
betweterige Rabbijn verder moeilijk kon maken.
'Nou Rabbijn, dan rest me nog een vraag, wat doet u met alle overblijfselen van
de besnijdenissen ?'
'Ook hierbij verspillen wij niets!' antwoordde de Rabbijn. 'Wij verzamelen alle
stukjes voorhuid en sturen deze naar de Belastingsdienst, eens in de zoveel tijd
sturen ze ons dan een lul om de boeken te controleren. |
|
|
|
Een opa en een oma gaan elke zondag naar de kerk,
maar de opa heeft de slechte gewoonte om telkens weer in slaap te vallen. ''Als
ik nog een keer in slaap val, moet je bij mij met een pen in de rug steken,''
zegt opa. De volgende zondag valt de opa weer in slaap en dan vraagt de pastoor:
''Wie is onze goddelijke vader?'' De oma steekt een pen in de rug en opa
schreeuwt: ''Jezus Cristus!'' Even later valt de opa weer in slaap en dan vraagt
de pastoor: ''Wie heeft er voor gezorgd dat Jezus onze goddelijke vader is
geworden?'' Oma steekt weer de pen in de rug en opa schreeuwt: ''God
allemachtig!'' Even later valt opa weer in slaap en dan vraagt de pastoor: ''Wat
zei prinses Lena tegen haar man toen het vierde kind geboren was?'' Oma steekt
weer de pen in de rug en dan schreeuwt opa: ''Als je nog een keer dat ding in
mijn lijf steekt, dan krijg je met mij te maken!'' |
|
|
|
Een dame komt per vliegtuig terug uit vakantie in
Zwitserland. Ze zit naast een priester. Tijdens de vlucht geraken ze aan de
praat en zo komt het dat ze de pastoor om een dienst vraagt. ''Eerwaarde, ik heb
in Zwitserland een gloednieuw en hypermodern epileerapparaat gekocht, hij was
niet goedkoop en ik heb dus de wettelijke limiet overschreden. Ik zal er
invoerrechten moeten op betalen. Kan u mijn ladyshave niet verbergen in uw
soutane?'' ''Natuurlijk, maar ik moet u waarschuwen: ik kan niet liegen...''
''Maar de douane zal u als priester niet verdenken en u doorlaten'', en ze geeft
hem de ladyshave. Aangekomen op Zaventem passeren ze langs de douanepost en de
douanier vraagt aan de priester: ''Niets aan te geven?'' ''Wel,'' zegt de
priester, ''van mijn hoofd tot aan de gordel, heb ik niets aan te geven.'' De
douanier vindt dit antwoord een beetje vreemd en vraagt door: ''en onder de
gordel?''. ''Wel,'' zegt de priester, ''daar bevindt zich een fantastisch
apparaat bestemd voor vrouwen, dat nog nooit is gebruikt'' De douanier barst in
lachen uit en roept: ''Het is goed, eerwaarde! Volgende!'' |
|
|
|
Een man komt in de hemel. Hij vertelt aan Petrus dat hij
een goede man geweest is, getrouwd met zijn eerste lief, flink geweest, altijd
meegeholpen in het huishouden. Hij voelt iets kriebelen op zijn rug, kijkt om en
ziet twee vleugeltjes groeien. Daardoor aangemoedigd gaat hij verder: 'Ik heb
altijd gedaan wat mijn vrouw vroeg, direct van 't werk naar huis, niet op caf�!
En hij ziet dat die vleugels groeien. 'Ik heb nooit naar andere vrouwen gekeken,
en al mijn geld afgegeven.' En die vleugels worden maar groter en groter... De
man vraagt blij aan Petrus: 'Verander ik nu in een engel?' Waarop Petrus
antwoord: 'Nee, in een kuiken!' |
|
|
|
Een pastoor, een dominee en een rabbi vertellen elkaar wat
ze met het collectegeld doen, wat opgehaald wordt tijdens de diensten. De
pastoor zegt: ''Ik trek een lijn op de grond, gooi het geld omhoog, wat links
valt is voor mij, wat rechts valt is voor onze lieve Heer. De dominee zegt: ''Ik
maak een kring op de grond, gooi het geld omhoog, wat naast de kring valt is
voor mij, wat erin valt is voor onze lieve Heer. De rabbi zegt: ''Ik gooi het
geld ook omhoog, wat onze lieve Heer wil hebben moet hij maar vangen, wat op de
grond valt is voor mij!'' |
|
|
|
De ene blondine zegt tegen de ander: 'Dit jaar valt
Kerstmis op een vrijdag'...Zegt de ander: 'Oh! hopelijk niet op de 13de!!'
|
|
|
|
Bladeren
|
 |
|
|